Posts Tagged medicijnveiligheid

Uit het FD d.d. 6-okt-08: “Marktwerking in zorg mag niet ten koste gaan van medicatieveiligheid”

Ton de Boer, Marcel Bouvy, Henk Buurma en Toine Egberts

De politiek moet nu voor een goede, dekkende tariefstructuur voor apothekers zorgen

De hamvraag in de discussie over de veranderende rollen van apothekers en verzekeraars bij de inkoop van medicijnen (preferentiebeleid) is of de patiënt er beter van wordt.

Die patiënt heeft te maken met complex en chronisch medicijngebruik. Moderne, geavanceerde geneesmiddelen kunnen veel gezondheidswinst brengen. Maar als ze niet op de juiste wijze worden toegepast is de kans op een averechts effect niet te verwaarlozen. Een groot Nederlands onderzoek bevestigde vorig jaar de cijfers uit vele buitenlandse onderzoeken: één op de twintig ziekenhuisopnamen in Nederland is het gevolg van (verkeerd) voorschrijven of gebruik van geneesmiddelen. Jaarlijks zouden 16.000 van zulke opnamen vermijdbaar zijn.

Om schade door geneesmiddelen te vermijden is zorgvuldige samenwerking tussen patiënt, arts en apotheker nodig. In de huidige spiraal van emotie en machtsstrijd schuilt het gevaar dat zorgvuldig opgebouwde samenwerkingsverbanden in het slop raken.

Apothekers hebben altijd vooropgelopen om de risico’s die medicijngebruik met zich meebrengt te beperken. Een geavanceerd medicatiebewakingssysteem dat de afgelopen decennia is ontwikkeld heeft zijn nut inmiddels bewezen. De samenwerking met artsen (onder andere in het zogenaamde farmacotherapeutisch overleg), gericht op rationeel en doelmatig voorschrijven, wordt gewaardeerd en oogst in het buitenland bewondering.

Nederland behoort mede daardoor zowel in volume als in kosten van het geneesmiddelengebruik tot de zuinigste landen in West-Europa. En dit terwijl in tegenstelling tot veel andere landen bijna alle geneesmiddelen in Nederland volledig vergoed worden en de toegankelijkheid van de zorg gewaarborgd blijft.

Apothekers werken bovendien samen met voorschrijvers aan allerlei zorgvernieuwingen, zoals betere voorlichting over geneesmiddelen, betrokkenheid bij de controle op herhaalrecepten en periodieke evaluaties van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die meerdere medicijnen gebruiken.

Ironisch genoeg waren het de bonussen en kortingen die dit soort zorgverlening door apothekers lange tijd mogelijk maakten. Inkomsten waartoe apothekers door het beleid van de toenmalige staatssecretaris Simons gestimuleerd werden in het kader van marktwerking in de zorg. Door de recente prijsverlagingen van merkloze geneesmiddelen is een belangrijk deel van deze inkomsten nu verdwenen.

De nieuwe situatie biedt echter ook kansen: apothekers kunnen nu echt gehonoreerd worden voor de zórg die zij verlenen. Er moet daarbij gezocht worden naar een bekostiging waarin de verlening van zorg veel meer tot uiting komt. Naast de inspanningen rond het zorgvuldig afleveren van recepten, moet in zo’n tarief worden versleuteld dat apothekers zorg verlenen die níét receptgebonden is, zoals een periodieke evaluatie van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die veel medicijnen gebruiken, het organiseren van farmacotherapieoverleg met artsen en het letten op de risico’s van overbehandeling of juist onderbehandeling bij patiënten met een chronische ziekte.

Ook bij opname of ontslag uit het ziekenhuis kan de apotheker een rol vervullen bij het in goede banen leiden van medicijngebruik. Deze activiteiten zijn allemaal gekomen naast de traditionele taken van het bereiden en beschikbaar stellen van kwalitatief goede geneesmiddelen, het letten op de combinatie met andere medicatie en de ziektegeschiedenis van de patiënt, en de zorg voor de informatieverstrekking over geneesmiddelen.

De discussie over medicatieveiligheid, die recent nog met zo veel passie werd gevoerd, moet nu vooral niet vergeten worden. De bonussen en kortingen die niet meer bij de apothekers terechtkomen, moeten gebruikt worden om deze verder te vergroten.

Zorgactiviteiten zoals hierboven genoemd zouden gewoon vergoed moeten worden. Het is hoog tijd dat de politiek serieus aan de slag gaat met een goede, dekkende tariefstructuur. Een die past bij het profiel van de apotheker als zorgverlener anno 2008. De wettelijke basis (WGBO) is er inmiddels. En de apotheker bezit, met een vernieuwde opleiding en een verdere professionalisering van de vervolgopleiding, de kwaliteiten om deze nieuwe rol waar te maken. De apothekers zijn er klaar voor.

Prof. dr. Ton de Boer is arts en hoofd departement farmaceutische wetenschappen Universiteit Utrecht. Dr. Marcel Bouvy en dr. Henk Buurma zijn apotheker en werken bij SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy. Prof. dr. Toine Egberts is ziekenhuisapotheker.

Geef een reactie